In de regel is er een of twee keer per maand een Logebijeenkomst tijdens welke rondom het Rituaal een voordracht wordt gehouden. Na afloop is er een informeel samenzijn. Het Ordelid wordt geacht om zoveel mogelijk bij de Logebijeenkomsten aanwezig te zijn. Het gaat immers niet alleen om een lidmaatschap als zodanig, maar om het Werk wat verricht moet worden. De vibraties van het hiervoor besproken krachtveld dienen door de aanwezige Rozenkruiser in zich te worden opgenomen; hij ontwikkelt in zich een heilzaam en hoog trillingsveld welke hij ter beschikking dient te stellen aan de profane wereld om hem heen. Echter: zonder zich daarbij persoonlijk kenbaar te maken als de verspreider daarvan. Men moet niet menen dat dit eenvoudig is. Haat, woede en hoogmoed vormen de vergiften van de geest. Het individu die in zichzelf deze vergiften koestert en ontwikkelt, aangemoedigd door begeerte naar bezit en zinnelijke bevrediging, steekt de ander daarmee aan. Maar het tegenwerken van deze vergiften maakt ze sterker. Wij voelen allen de impuls tot verzet tegen hetgeen wat als negatief ervaren wordt. Maar het zaaien van dit verzet doet nieuwe negativiteit oogsten, omdat alles in de natuur zich constant polariseert en al haar waarden onophoudelijk in hun tegendeel doet keren. Moeten wij dan maar niets doen? Moeten wij lafhartigheid betonen en dit rechtvaardigen door het begrip ‘karma’ te gebruiken? Natuurlijk niets van dit alles; wij dienen goed te doen om het goede. Wij dienen liefde te geven om de liefde; wij dienen te geven om het geven. Iedere handeling die wij verrichten naar de wereld zal gekleurd zijn door onze diepste intenties, of we ons daarvan nou bewust zijn of niet. Zit een der vergiften in ons systeem, het zal onze intenties vergezellen. En deze zullen het zaad vormen voor de grote omkering naar haar negatieve tegenpool als de tijd daar is. Gaat u vanwege uw haat tegen mensonterende situaties daartegen strijden? U zult ze versterken. Gaat u in woede om onrechtvaardigheid uw verhaal halen? U zult de onrechtvaardigheid doen toenemen. Gaat u hoogmoedig om met hen die u beconcurreren? Uw verlies kondigt zich reeds aan. Mogen wij onze woorden en bedoelingen eens laten uitleggen door door Lau Tse, een gnostisch meester die in zijn Tau Teh Tjing zegt:


Wie op de tenen staat, staat niet
Wie de benen strekt, strekt niet
Wie zichzelf in het licht stelt, schittert niet
Wie zichzelf hoog schat, blinkt niet uit
Wie zichzelf roemt, heeft geen verdienste
Wie zichzelf verheft, staat niet hoog
Bij Tau vergeleken is dit als restjes van eten,
als uitspattende levenswandel, die een ieder verafschuwt.
Daarom: wie Tau heeft, doet niet zo (8).