Mede door de geheimzinnigdoenerij waar vooral veel Vrijmetselaarsorden mee zijn omgeven, worden de begrippen ‘geheim genootschap’ en ‘geheimzinnig’ te pas en te onpas gebruikt. Laten wij trachten enige klaarheid te brengen in deze kwestie zodat wij misverstanden zo goed mogelijk kunnen voorkomen. Uit de geschiedenis kunnen wij leren dat de oude metselaarsgilden uit het Middeleeuwse Europa er geheimen op na hielden, zoals bouwgeheimen, technieken om de Gulden Snede te verrichten, technieken om fijne steensoorten te houwen en technieken hoe je de bogen en gewelven op de grote hoogten van de gotische kathedralen moest bouwen. Deze technieken werden doorgegeven van meester op leerling; er werden zelfs wachtwoorden gehanteerd zodat de technieken niet in handen kwamen van de concurrent of van amateurs die daarmee schade zouden kunnen aanbrengen. Naarmate het speculatieve element meer haar intrede deed en de gilden langzamerhand veranderden van bouwgilden tot geestelijke loges waarin mannen zich verenigden met als doel een hoger leven te scheppen, naarmate dit voor de buitenwereld geheimzinniger werd.

Kijken we naar onze moderne tijd dan moeten we zeggen dat het ‘bedrijfsgeheim’ nog altijd bestaat bij allerlei commerciële bedrijven en eigenlijk een normaal, uit concurrentiemotieven ontstaan fenomeen is; het geheime wachtwoord is vervangen door een om de hals hangend pasje met pasfoto en men gebruikt een eigen jargon.

Maar de Mysteriën, waar het hier eigenlijk om gaat, beschikken ook over geheimen welke niets te maken hebben met economische, maar met esoterische motieven. Deze hebben weer alles te maken met de kracht van de menselijke geest en de vibratievelden waarmee zij werkt. Al elders is opgemerkt dat bepaalde rituele handelingen vibratievelden kunnen sturen teneinde bepaalde resultaten te behalen. Het vluchtig gemaakte kruisje van de voetballer die het veld op rent, de ring die geliefden bij elkaar aan de vinger schuiven, de symbolische waarde van het sieraad wat iemand om de hals heeft hangen en ga zo maar door, zijn allemaal afkomstig uit dat ene archetypisch weten, dat riten en voorwerpen die deze riten belichamen, een zekere kracht kunnen leveren. Maar naarmate zo’n rite geprofaniseerd wordt, naarmate het zijn kracht verliest. Met andere woorden: wanneer de niet-ingewijde het ‘geheim’ in handen krijgt verzwakt de rite tot een interessant spelletje of aardig symbool zonder enige sturingskracht. Zo zijn er riten binnen zekere Mysteriën die al eeuwenlang strikt geheim zijn en waarbij de deelnemers alleen via-via binnen zijn gekomen na langdurige proef- en testperioden. Wist u bijvoorbeeld dat de doopplechtigheid in vroeger eeuwen ontstaan is vanuit het idee dat je ‘de dood in de ogen moest kijken’? De hoogste inwijding immers was datgene wat tot Weten leidde. In sommige oude Mysteriën hield men het hoofd van de kandidaat zó lang onder water dat de verdrinkingsdood dreigde. Overleefde hij het, dan had hij ‘de dood in de ogen gekeken’; er zijn veel mensen, die door een zwaar ongeluk of (bijna) fout lopende operatie een Bijna-Dood-Ervaring (BDE) hebben gehad, een fenomeen waar ook de wetenschap zich serieus over buigt. Het leven van iemand met zo’n ervaring verandert. Hij of zij kan deze ervaring ook niet goed delen met een ander. Eigenlijk kunnen we zeggen dat het lot zo iemand een hoogste Inwijding heeft bezorgd, waar hij echter met zijn Ik-heid niet om gevraagd heeft. Maar de mens die met volle verstand, met hart en ziel en gezond van lichaam en geest zo’n Inwijding wil doormaken zal er aan moeten werken en zou de weg naar een Mysterieschool kunnen gaan zoeken. Want de Mysteriën zijn geschapen om de mens in de gelegenheid te stellen om via een bijzondere symboliek (het Inwijdingsrituaal) ook tot inzichten te laten komen die zo diepgaand kunnnen zijn, dat zijn leven daardoor verandert. Maar begrijpt u ons goed: een Rituaal alleen is daarvoor niet dé weg. Het Ware Rituaal begint bij de aanraking van en met het gnostieke vibratieveld. Sommigen zeggen: ‘vanaf dat ik de Mysterieschool betrad’. En dan kan zo’n Rituaal misschien wel jaren duren! En dat bestaat dan niet uit allerlei handelingen maar uit bewust zijn de ervaring gadeslaan. Zo zegt Kruisheer ons: ‘Over de ware Mysteriën, de geheime, werkelijke Inwijdingen, kan en kon natuurlijk niets in het openbaar worden gezegd. Het waren en zijn hoofdzakelijk innerlijke belevenissen en alleen zij die ze kunnen ervaren zijn in staat ze te kennen. Doch wel is het mogelijk enkele wenken en aanwijzingen, enkele levenslessen daaruit op te diepen en enkele gegevens over de grote ceremoniële riten der Oudheid te vinden die bij het publiek in hun tijd voor de ware Mysteriën doorgingen en waarin kandidaten met veel ceremonieel en vertoon van occulte krachten werden ingewijd. Maar dáár weer achter bevonden zich in de stilte van de geheime duisternis de Ware Heilige Mysteriën’.


In de introduktie vermeldden wij reeds de verschillende bewustijnsstaten van de mens waarin wij een onderscheid aanbrachten tussen hylisch, psychisch, pneumatisch en de vele tussenstaten. Zo zijn de Mysteriën ook verdeeld:

-de kleine Mysteriën, exoterische godsdiensten en natuurreligies voor de mens die nog niet
geestelijk ontwaakt is.
-de magische en occulte tradities voor de half-ontwaakte mens, die nog zeer vastgeketend is
aan de hulé (stof) maar in die tradities een zekere sensatie zoekt.
-de grote Mysteriën die een pad aanwijzen voor de mens die werkelijke Inwijding zoekt en die
bereid is zijn oude denkbeelden, misschien verdord maar veilig, in de waagschaal te stellen.

De Inwijdingskandidaat wordt in die Mysteriescholen dan ook in de eerste plaats gevraagd om zijn denkvermogen te brengen in een kalme, afwachtende houding. Voorkeuren, vooroordelen en scepticisme veroorzaken beroering in het denken waardoor de poort naar de kennis die men wil delen gesloten blijft. Hier wordt geen geloof gevraagd of klakkeloos accepteren, maar onderzoekend aannemen. Aan de kandidaat worden bouwstenen aangereikt opdat hij bouwen moge. Ontbeert hij echter de juiste kennis of intentie, dan moet niet naar de bouwstenen gewezen worden maar naar de onvoldoende voorbereiding van de kandidaat. Een Mysterieschool zorgt er dan voor, dat de kandidaat díe bouwstenen krijgt, waar hij alvast iets mee kan. Paulus de Apostel, een Ingewijde in de Christelijke Gnosis, kon dit helder verwoorden:

‘Want ieder, die nog van melk leeft, heeft geen weet van de rechte prediking: hij is nog een zuigeling. Maar de vaste spijs is voor de volwassenen, die door het gebruik hun zinnen geoefend hebben in het onderscheiden van goed en kwaad’ (Hebr. 5:13-14).

De Orde der Klassieke Rozenkruisers ‘Fama Fraternitatis’ is een Mysterieschool voor de mens van nu. Zij is niet geheimzinnig maar wil haar ‘vaste spijs’ met liefde en zorg omringen.