In het kader van doel en werkwijze van de Orde zullen we hier nog iets zeggen over het begrip ‘kracht- of vibratieveld’. Zo’n veld ontstaat wanneer verschillende polen met elkaar in aanraking komen. Op ieder moment van de dag kunt u dit ervaren wanneer u met een ander in aanraking komt. Zo’n veld wordt sterker naarmate de verschillende mentale intenties zich concentreren in een bepaalde richting. Er zijn talloze voorbeelden te geven van de gevolgen van krachtvelden die meestal in chaos geraakt zijn omdat zij onbestuurd en voortgedreven door emoties de ether in worden gestuurd. De oude Mysteriën werkten om die reden in het geheim. Er werden krachtvelden opengesteld die dermate kostbaar waren, dat het vooral niet in handen moest komen van de egocentrische mens die deze zouden kunnen misbruiken (6).

Sinds mensenheugenis bestonden oude Mysteriescholen reeds in Egypte, India en Tibet. Kruisheer zegt ons:‘Over de aard der ware mysteriën, over de werkelijke Inwijdingen, kan natuurlijk niets gezegd worden, voornamelijk al reeds niet omdat het een innerlijke belevenis betreft; alleen zij die ze werkelijk hebben ervaren zouden in staat kunnen zijn dit te doen, doch juist zij zullen daartoe nimmer te vinden zijn. Toch kunnen wel enkele aanwijzingen worden ontdekt betreffende de grote ceremoniële mysteriën der oudheid, ook omtrent die waarvan het grote publiek alleen door vage gegevens het bestaan kende en waarin de kandidaten met groot ceremonieel vertoon werden ingewijd. Dit vertoon was echter nog slechts de uiterlijke omhulling van de ware Mysteriën. Datgene wat goden en engelen daarin hadden ontsluierd, werd in de exoterische godsdiensten weer omsluierd en zo eeuwen lang verborgen voor de ogen van hen die nog niet gereed waren de Waarheid te leren kennen. Logisch wetenschappelijke waarneming der natuurverschijnselen en het daaruit concluderen van de eeuwige waarheden, behoort niet tot de taak der grote menigte. De wonderen van de Ene Geest der Waarheid, de immer verborgen Universele Godheid, kunnen alleen door middel van Zijn openbaringen in secundaire ‘goden’ of ‘krachten’ worden ontraadseld. Wanneer de Ouden in hun bespiegelingen over het Ongeziene, de aard van het leven, zijn doel en bestemming, met elkaar van gedachten wensten te wisselen en in de wetenschap dat de onzichtbare, ontastbare, onweegbare Krachten, Machten en Abstracties onmogelijk in concrete termen konden worden gevat, moesten zij toch wel trachten een methode te vinden om ze aan te duiden, te beschrijven en aan anderen datgene mede te delen wat eigenlijk onbeschrijfelijk moet worden geacht. Het menselijk denken, zoals het ook bij ons thans nog is ontwikkeld, werkt voornamelijk door middel van ‘denkbeelden’, in het beeldenvormend deel van ons denkvermogen en het ligt dus voor de hand, dat, om abstracte dingen of ideeën te kunnen weergeven, het onvermijdelijk is daarvoor beeldspraak te gebruiken en dit door maskers of ‘personae’ te bewerkstelligen, een gebruik dat er als vanzelf toe voerde, dat men tenslotte die begrippen, idealen en abstracties ook door levende mensen ging voorstellen. Inderdaad is ook onze eigen lichamelijke beeldvorm niet veel anders dan een masker, waarin, waardoorheen en waarachter de Innerlijke, Ware Geestmens leeft en werkt. Hij is het die dit masker of omhulsel gebruikt als instrument of middelaar om zich zo goed en zo kwaad het gaat erin uit te drukken, erin en erdoor te leven, te ondervinden en te leren’ (7).

De oude Mysteriën van alle tijden worden ‘Mysteriën’ genoemd, omdat zij slechts toegankelijk waren voor ingewijden. Je had de zogenaamde ‘kleine’ Mysteriën, die bestonden uit openbare voorstellingen of rituelen die voor iedereen toegankelijk waren en de ‘grote’ Mysteriën voor de ingewijden. Mysteriën konden magisch, occult of gnostisch van aard zijn. Steeds werd de menselijke geest in al haar diepten onderzocht en werden haar vermogens ontwikkeld en toegepast. Mysteriën zullen die vermogens altijd ontwikkelen; maar we kunnen het niet eenvoudig vergelijken met een school of universiteit. Binnen die lichamen wordt de intellectualiteit bevorderd en staat de kennisvermeerdering centraal. Binnen de Mysteriën is er weliswaar een kennisvermeerdering, maar dat is niet het hoofdthema. Ook bepaalde vermogens kunnen duidelijk toenemen. Binnen de occulte en magische mysteriescholen staan die laatste thema’s centraal. Bij de gnostische mysteriescholen gaat het niet in de eerste plaats om die vermogens maar om het inzicht. Onwetenden menen zo dikwijls dat een geïnspireerd mens zijn kennis van voorgangers of uit literatuur betrekt, daar de intellectuele en ook de onwetende mens altijd zijn aangewezen op het aanleren van kennis en zich dus niet kunnen voorstellen dat de gnostici hun kennis extraheerden uit een onzichtbare wereld, waarmee zij via hart en ziel in verbinding stonden. De schijnbaar verloren gegane oerkennis blijft in de kosmos aanwezig, zodat de Ingewijde deze slechts hoeft te inhaleren met zijn geestelijke vermogens. Daarom wordt in de Orde een vibratieveld gespreid, waarbinnen allen in staat zullen zijn met hun innerlijke zintuigen de ongesproken en ongeschreven kennis af te tasten.

Zo kent de Orde ook het evenwicht tussen stilte en aktiviteit en zelfs tijdens de aktiviteit is het mogelijk, dat de ziel een binding houdt met de universele gnosis waaruit ieder het zijne put, en wel datgene wat hij bevatten kan. Wie zich louter toelegt op het ontwikkelen van magische vermogens zal zijn kanaal naar de universele gnosis, naar het Alweten, langzamerhand gaan verstoppen of blokkeren. Wie zijn toenemende vermogens echter beziet in het licht van de aan hem toevertrouwde kennis en er dus niet mee gaat pronken of zich op de borst gaat slaan zal hun werkelijke waarde ontdekken en weten wat zij te betekenen hebben. Vele ingewijden verkrijgen bijvoorbeeld opvallende vermogens tot genezing van de medemens, doch aan hen is geleerd dat zij datgene, wat zij ‘om niet’ hebben verkregen, ook altijd ‘om niet’ ter beschikking dienen te stellen aan de ander. Wij gaan hier dieper op in in het stukje over ‘De weg van Liefde tot Leven en Licht II’.