De Orde streeft er naar een broederschap te vormen van mannen en vrouwen die in zichzelf een ‘roep’ ervaren hun leven in dienst te stellen van de meest wezenlijke ontdekkingstocht naar het mysterie van hun plaats in de kosmos. In onze Introductie werd daar al het een en ander over gezegd. De Orde gaat uit van het standpunt, dat die ontdekkingstocht alleen goed volbracht kan worden in vrijheid, onafhankelijkheid en liefde die blijdschap heeft in de waarheid.

Om die reden wijzen wij sekte-vorming resoluut van de hand. Persoonsverheerlijking noemen wij een dwaling. Naarmate een mens in onze Orde groeit in de geest, naarmate hij een groter dienaar is voor de ander.

Elk mens beschikt over talenten en vermogens. Ze zijn alleen vaak onontdekt. Daarom vormen begrippen als verstilling en verdieping belangrijke thema’s binnen onze Orde, omdat via die wegen de eigen talenten en vermogens tot manifestatie kunnen komen. Maar dat zij niet het doel! Het doel is inzicht, gnosis. Als twee mensen elkaar ontmoeten, kunnen zij elkaar aanmoedigen, versterken, inspireren. Als tien mensen dat bij elkaar doen zijn de resultaten groter. Als nóg meer mensen alzo met elkaar omgaan bereik je prachtige dingen. Maar dat vraagt vriendschap, onderling respect en verdraagzaamheid. Binnen de Orde is een ieder elkanders Leraar en Dienaar. Er heerst onderling vertrouwen; je mag binnen de Orde zijn wie je bent; je wordt niet beoordeeld –zoals in de profane wereld- op je maatschappelijke prestaties of status. Maar dat kan ons op de vraag brengen: waarom Rozenkruiser?

Het antwoord op deze vraag is geïntegreerd in de bespreking over het doel en de werkwijze van de Orde. Het begrip ‘Rozenkruis’ maakt deel uit van de tradities der westerse Mysteriescholen. In de loop der lange geschiedenis hebben we mogen zien wat er kan gebeuren als geheimen der geesteswetenschappen in handen komen van de mens wier blik niet verder reikt dan het profane. De geheimen komen dan als het ware op straat te liggen. De Ik-gerichte mens zal die geheimen ten dienste willen stellen aan zijn egocentrische motieven omdat dat de enige weg is die hij kent. Het kerkelijke instituut in Rome laat dat al bijna 2000 jaar zien, kopstukken uit het nazi-regime lieten dat reeds zien in het begin van de jaren dertig van de twintigste eeuw. In de Middeleeuwen kwam je op de brandstapel als je over kennis bleek te beschikken die het Roomse instituut niet beviel; in het begin van de 13e eeuw werden talloze mannen, vrouwen en kinderen vermoord in de naam van Christus onder leiding van paus Innocentius III (Lothario Conti), omdat zij, de Kathaarse gemeenschappen in de zuidelijke gebieden van Frankrijk, de Christus wilden navolgen zoals Hij het verkondigd had, zonder allerlei poespas. U denkt misschien: ‘ach, dat is allemaal zo lang geleden’? Welnu, tot op heden wordt paus Innocentius III door de Roomse volgelingen ‘een briljant figuur’genoemd (5).

Als je als mens een brandende fakkel draagt in een duistere wereld, en je vindt een ander met een toorts die niet brandt, dan bied je die ander jouw vuur aan, dan heb je twee brandende fakkels en is er meer licht. Als die twee weer een ander mens ontmoeten met een niet brandende toorts en ook die accepteert het vuur, dan wordt het licht nog groter. Het licht symboliseert hier de ‘geest des harten’, en een ieder die een brandende fakkel draagt is een Lichtzoon, een gnosisdrager wier boodschap is de weg voor te bereiden. Daarom kan de mens voor het pad van de Rozenkruiser kiezen; hij is bereid zijn fakkel te doen ontbranden opdat de weg naar bevrijding voor hem en voor de ander zichtbaar worde. Het Werk maakt hem een Rozenkruiser, zijn voortgang voor de ander een kind des lichts.