De Orde van het Klassieke Rozenkruis ‘Fama Fraternitatis’ tracht een oude gnostieke traditie voort te zetten, waarin in stilte en rust tot kennis gekomen kan worden. Binnen onze Orde gaat het niet om allerlei uiterlijke voorschriften waaraan u zich dient aan te passen. De gnostieke leer is onze lichtfakkel, maar de gnosisdrager is alleen aan zichzelf verantwoordelijk. U kunt niet meer ontvangen dan dat waartoe u in staat bent. Wie zijn bewustzijnsstaat laat ontplooien laat vanzelf de gedragingen of stoffen los, die hem schade doen berokkenen. Het zich onthouden van schadelijke gedragingen en stoffen is geen kwestie van oefening of zogenaamd ‘sterke wil’ maar van inzicht en groei.

U hoort ons zeggen dat er u geen wet wordt opgelegd. Moet er dan geen duidelijke leiding zijn van zogenaamde ‘meesters’, ‘geestelijke leraren’ of ‘gidsen’? Moet er dan geen discipline heersen teneinde het eigen lichaam te zuiveren zodat het de hogere gnostieke vibraties kan ontvangen en integreren? Ja, die discipline moet er zijn, maar als zij opgelegd wordt door autoriteiten zonder dat de discipel inzicht heeft, leidt dat tot dogmatisme en verstening van tradities. Zelfdiscipline is een daad van liefde. Het is niet een stof of een voedingsmiddel dat onreinheid veroorzaakt, immers, die was er al. Waar ons hart vol van is, loopt de mond van over, zegt een spreekwoord. Als wij Jezus de Heer horen zeggen: ‘Niet wat de mond binnengaat maakt de mens onrein maar wat de mond uitkomt, dat maakt de mens onrein’ spreekt Hij over de onreinheden die zich in ons hart bevinden. Gelijk trekt gelijk aan, zegt een esoterische wet. De onreinheid van het eigen hart zoekt de onreine vibraties van allerlei stoffen om zichzelf te bevredigen. Door in een gedachteloze en onoplettende staat te blijven leven blijven we onze eigen verontreiniging handhaven én we verontreinigen onze omgeving. Maar wij spreken dan niet in de eerste plaats over de bekende stoffelijke verontreiniging. Het is niet zozeer alleen een ethische kwestie die een Rozenkruiser doet besluiten om zich niet langer met bepaalde schadelijke stoffen in te laten, het is eerder een kwestie van kennis van en inzicht in de bijzondere krachten in de natuur. Want er is méér leven dan u denkt; u kent mens, dier en plant, en misschien ook zekere micro-organismen die al of niet aanwijsbaar zijn. Maar er is nóg meer leven, welke bestaan uit zogenaamde ‘groepszielen’ waar veel diersoorten mee verbonden zijn. Er zijn psychische entiteiten en elementalen, waarvan het stoffelijk omhulsel afgestorven is en die nog verdwaasd rondzwermen in de ijlere atmosferen. Ook zijn er elementalen die nimmer een stoffelijk omhulsel gehad hebben en een soort plantaardig leven leiden in de ijlere atmosferen, permanent op zoek naar voeding om in leven te blijven. Dat geldt overigens ook voor de elementalen die overblijfsels vormen van afgestorven lichamen. Welnu, tabaksrook is nu zo’n voorbeeld waartoe deze elementalen zeer worden aangetrokken. De fervente roker is dus nogal bepakt met deze elementalen die een blokkerende invloed kunnen hebben op zijn geestelijke ontwikkeling. Dit geldt echter niet voor iedereen; er zijn mensen met een dusdanig sterke geestkracht dat zij weinig gehinderd worden door de aan hem klevende elementalen. U zou hieruit kunnen opmaken dat een werkelijke geesteswetenschapper geen geloofsartikelen verkondigt en zijn volgelingen opdraagt zich zo-en-zo- te gedragen; het gaat om de kénnis van het gedrag. Kan een geestelijk voorman met een krachtige geest inzien, dat een naar gnosis hongerende ziel niet sterk van geest is, dan is het niet meer dan een verantwoordelijke aanwijzing naar de zoeker om hem erop te wijzen vooral geen tabak of alcohol te gebruiken, en wel op basis van de geesteswetenschappelijke gronden die hierboven zijn aangevoerd.

Ook alcohol en alle andere verdovende middelen trekken elementaire krachten aan die de ziel hún wil opleggen! Wij spreken daarom niet van een verslaafde mens met een zwakke wil, zijn wil wordt geheel bezeten door de elementalen die aan hem kleven. Deze elementalen dringen diep tot hem door en de mens in kwestie wordt gelijk aan hen: niet slecht, niet goed, maar geheel instinctief de weg volgend van honger, ‘voedsel’ en bevrediging. Maar nogmaals: aan personen met krachtige geesten hebben de elementalen geen boodschap; soms staan zij zelfs zo’n persoon geheel ten dienste omdat deze vanwege zijn kracht een sturende invloed heeft op die elementalen; maar we komen dan langzamerhand op het gebied van de beschrijving van de magie, hetgeen hier niet onze bedoeling is.

Een geesteswetenschapper die –mede dankzij zijn sterk inzichtelijk vermogen in de etherische gebieden- over het bovenstaande reeds in 1927 letterlijk een boekje over open deed was de theosoof C.W. Leadbeater. In eerste instantie waarschuwde hij ernstig tegen het werken met chakra’s zoals deze in de occulte leringen van India bekend zijn (een gevaar wat in 1938 nog eens extra benadrukt werd door Carl Gustav Jung) maar vooral zijn inzichten in de gevolgen van het gebruik van verdovende middelen, waaronder tabak, vragen de nodige aandacht. Wij citeren hier: ‘Zekere kruiden en en dranken –met name alcohol en alle verdovende middelen, tabak inbegrepen- bevatten een stof, die bij ontbinden vervluchtigt, en iets daarvan gaat van het stoffelijk gebied naar het astraal gebied over (…). Om te beginnen brandt de doorstuivende vluchtige stof werkelijk het etherisch web weg en laat dus de deur open voor allerlei onregelmatige krachten en kwade invloeden (…) de slechte uitwerking ervan is duidelijk merkbaar in het stoffelijk, het astraal en het mentaal lichaam’.
Personen met een verslavingsproblematiek zijn soms zeer geholpen door alleen maar hun contact met krachtige geesten. We zien dat vaak genoeg: of het nou een kerkgenootschap betreft met een bijzonder krachtig, charismatische dominee of een andere organisatie waar we zo’n krachtige geest zien, mensen die zich aansluiten bij zo’n groep bemerken al gauw de invloed daarvan. Daarom is de verantwoordelijkheid van zo’n voorman groot: negatieve gedragingen door zo’n voorman of gezagsdrager worden immers ook snel opgenomen door de zwakkere medemens. Begrijpt u nu dat een Mysterieschool met een oude traditie dus niet zomaar ‘iedereen’ aanneemt? Wel is de serieuze zoeker welkom in de voorhof, want aan niemand, ook aan de zwakste niet, wordt het recht ontzegd om te studeren. Maar het zijn de sterken die doorgroeien naar de hogere graden, zodat zij de zwakkeren ook tot krachtigen mogen maken.


De gnostieke traditie.

Als gnosis de kennis van het hart is, is samenzijn van gnosisdragers vruchtbaar voor ieder individu. Men leert van elkander door naar elkaar te luisteren, door aan elkaar te geven. De gnosisdrager mag streng zijn voor zichzelf, doch die strengheid mag nooit ofte nimmer een criterium zijn die hij aan de ander oplegt. Verdraagzaamheid, vergevingsgezindheid en de ander in zijn waarde laten is het devies van de gnosisdrager.

De Orde van het Klassieke Rozenkruis ‘Fama Fraternitatis’ zal zich dan ook niet ophouden met polemieken en disputaties. In de westerse wereld zijn er meerdere organisaties die de Rozenkruisers-tradities wensen te volbrengen. Wij zien tussen die organisaties helaas eerder onderlinge twisten dan wederzijds respect. Als Orde betonen wij echter wel ons respect naar de andere organisaties, om het even wat hun uitspraken zijn over ons.

Zodra meerdere individuen zich verenigen ontstaat er een kracht- of vibratieveld welke –indien men de sleutelen daartoe bezit en begrijpt- te sturen is zodat een gesteld doel binnen bereik kan komen. Indien de sleutelen niet begrepen worden zal zo een krachtveld gaan varen op de emoties der deelnemers; alleen de gevoelens krijgen dan hun vorm, zonder aansturing van geest, lichaam en verstand. Indien de sleutelen wél begrepen worden –en dat is een thema binnen elke Rozenkruisersgemeenschap- dan zal er kennisvermeerdering zijn en innerlijke groei. Polemieken breken dit af, onderling respect geeft vrijheid.