Misschien is hetgeen wij hier zullen beschrijven meer voor de kenners of ervaren onderzoekers van de Rozenkruiserstradities. In zijn in 1974 verschenen boek: Codex Rosae Crucis betoogt de schrijver Manly Hall dat onze wereld heden ten dage regelmatig geconfronteerd wordt met organisaties welke opereren onder de vlag van de ‘Rozenkruisers’. Hij ageert hier fel tegen omdat naar zijn ervaring menig ‘rozenkruisers-leerling’ bij navraag praktisch geen kennis heeft van de authentieke geschriften van de Rozenkruisers, zoals de Fama Fraternitatis en de Confessio. Nu vormen deze geschriften niet de meest geëigende literatuur voor de zoekende mens. Dat betekent niet dat deze literatuur dan maar niet bestudeerd dient te worden, integendeel. Wij achten het –met Hall- historisch niet verantwoord om de naam ‘Rozenkruiser’ te gebruiken voor een geestelijke arbeid indien de arbeider noch de oorsprong, noch de bedoelingen van haar traditie onderzocht heeft en kenbaar maakt in zijn persoonlijke leven.

Maar zeker moeten we toegeven dat wij reeds in 1930 geconfronteerd werden met de vrij nauwkeurige analyse van Santing, die ons wijst op de vele fouten in de ‘Fama’, waar weliswaar aanvankelijk (in de Errata) op gewezen werd doch die niettemin in latere drukken gewoon zijn overgenomen (met name verkeerde vertalingen uit het duits en het latijn, alsook plaatsen welke door CRC bezocht zouden zijn, en die hier en daar ‘door elkaar gehaald’ zouden zijn zoals Damascus en Damcar). De kenner zou ons er ook op aan kunnen spreken dat wij stellingen hanteren tegenover de Roomse kerk, terwijl die niet terug te vinden zijn in deze oude geschriften. Wij realiseren ons dat echter terdege; de Fama Fraternitatis is een geschrift die wij niet naar de pure letter interpreteren. Haar geest echter wensen wij wel degelijk de meest wezenlijke plaats te geven in ons Werk. Wij menen deze te herkennen in de vier teksten welke de Broederschap beschreef als:

NEQUAQUAM VACUUM

(er is geen ledige ruimte)

LEGIS JUGUM

(het juk der wet)

LIBERTAS EVANGELII

(de vrijheid van het Evangelie)

DEI GLORIA INTACTA

(de glorie Gods in onaantastbaar)


Hier rondom bevond zich een cirkel met daarop de tekst JESU MIHI OMNIA (Jezus is mij alles).

Na de ondertekening door enige Broeders stond dan de tekst:

Ex Deo Nascimur

In Jesu Morimur

Per Spiritum Reviviscimus

(uit God zijn wij geboren,

in Jezus sterven wij

door de Geest worden wij wedergeboren).


Wij beseffen ook terdege, dat respectabele onderzoekers van vandaag deze onpeilbare schatten van de Rozenkruisers-tradities trachten onder te brengen in gezaghebbende organisatorische verbanden en dat is uiteraard hun goed recht. Niet iedere serieuze zoeker echter voelt zich geroepen om zich te schikken in zo’n orgaan alsof dat de voorwaarde zou zijn om zijn ‘geest des harten’ te laven aan die schatten.

Onze Orde zij dan ook een plaats van studie, van bezinning en van begrip van de aloude Fama Fraternitatis, wier geest voor ons een lichtende fakkel vormt om onze weg te vinden… en te bewandelen.

MOGE VREDE MET U ZIJN.