Wie de ontmoeting beleeft met het ‘Kosmische Vuur’, waarover tijdens de Loge-bijeenkomsten veel wordt verteld, ontwikkelt in zichzelf ‘als vanzelfsprekend’ vermogens die men niet ten eigen nutte, doch louter als dienst aan de ander gebruiken moet. Wij willen hier slechts vier vermogens noemen als voorbeelden omdat deze de mens zeer veel goed kunnen doen in een wereld van streven en strijd, winst en verlies, rijkdom en armoede. Deze vermogens schenken de lijdende mens meer harmonie en de zieke mens genezing. De schenker is de mens die de weg van Liefde tot Leven en Licht bewandelt, en die zijn rijkdom, welke hij om niet ontvangen heeft, ook om niet zal uitdelen.

Ieder vermogen beschikt over een zekere kracht welke harmoniserend en helend werkt; voorwaarde is dat zij uit een gezuiverd hart komt die de Liefdesweg bewandelen kan. Ontspruit het vermogen uit een koud hart, waar slechts het geldelijk gewin op de voorgrond staat, dan zal deze niet leiden tot Licht en Leven maar tot surrogaten hiervan. Het resultaat is steeds duisternis en grotere onwetendheid.

Wij geven een korte toelichting over slechts vier van de vele krachten:

  1. de kracht van genezing
  2. de kracht van muziek
  3. de kracht van architectuur
  4. de kracht van leiding geven

1. de kracht van genezing.

Ieder mens draagt een zeker vermogen tot genezing met zich mee. Bij de ene mens is dat ver ontwikkeld, bij de ander slechts weinig voelbaar of tastbaar. Onafhankelijk van dat vermogen kan een mens besluiten om een geneeskundig beroep uit te gaan oefenen. Indien het al of niet bestaan van een genezend vermogen in het gevoelsleven van zo een mens geen enkele rol speelt, kan die mens niettemin een uitstekend arts worden. Hij geneest vanuit zijn cognitieve kennis, zoals hij dat geleerd heeft op de universiteit en van zijn illustere voorgangers. Komt hij in aanraking met ziekten welke in de door hem bestudeerde pathologie niet voorkomen dan kan hij minder; ziekten zal hij ook steeds volgens diverse protocollen benaderen zoals hem dat is aangeleerd.

Ook binnen de oude tradities der Rozenkruisers speelt genezing een essentiële rol. Hierbij is het in de eerste plaats niet van belang of de Rozenkruiser arts is of niet; de arts zou zijn geneeskundig handelen kunnen verrijken met kennis van en inzicht in de eigen genezende vermogens zodat zijn geneeskundig spectrum alleen maar breder wordt. De niet-arts zal zijn genezende vermogens een plaats kunnen geven in zijn leven ten nutte van een ieder die daarom verzoekt, zonder zich te beroepen op enige geneeskundige status en zonder zich te verbeelden het specifieke werk van een arts te kunnen doen. De vermogens welke alzo ontwikkeld kunnen worden staan binnen de Rozenkruisers-tradities bekend als de Sympatische Geneeskunde (SG) *). Hoe meer de behandelaar beschikt over medische kennis en vaardigheden, hoe sterker die SG ontwikkeld kan worden. Artsen maken zich los van de beperking van de academische kennis en zullen met een combinatie van die kennis met de SG aan de lijdende mens niet alleen een al of niet fundamentele genezing kunnen bieden, maar tevens een groei voor de ziel.

Is de medische kennis echter minder dan zal de SG groeien met de door de behandelaar te ontwikkelen vaardigheden. Die vaardigheden kunnen bestaan uit allerlei disciplines, van homeopathie tot kruidengeneeskunde enz. De SG echter vormt een krachtig magnetisch veld welke niet alleen de reeds bestaande vaardigheid bekrachtigt maar ook een op zichzelf staande geneeskracht vormt ten bate van de patiënt. In de tradities worden tevens technieken besproken welke binnen de Loges aan de orde komen.

2. De kracht van muziek.

Er bestaat geen volk op onze Aarde die er niet een of andere vorm van muziek op na houdt. Geen kunst ter wereld is mysterieuzer dan muziek. Schéppen wij het geluid of vórmen wij het geluid? Is niet de gehele kosmos vol geluid, zoals de wijze Pythagoras ons dat onderwees? Uit de Chaos ontstond de Harmonie der Sferen, een symfonie van het Heelal, gebaseerd op de getalsverhoudingen in de omloop der zeven planeten rond het ‘centrale vuur’.

Reeds in de oudste Mysteriescholen werd uiteengezet dat geluiden krachten van de verborgen natuur in werking zet. Geluid is daarmee een primaire scheppingskracht, maar dus ook een vernietiger. Steeds werd muziek gebruikt bij riten en ceremonieën van de Mysteriescholen, vanwege hun scheppingskracht en het bieden van ontplooïngsmogelijkheden voor de menselijke geest. Muziek bestaat uit geluidstrillingen met een zekere energetische waarde waarvan de kracht of effectiviteit afhankelijk is van haar vorm; omdat de begrippen ‘aangenaam’, ‘mooi’ en ‘afstotend’ uitermate subjectief zijn leggen deze begrippen verder geen wetenschappelijk gewicht in de schaal. Waar we wel mee kunnen werken zijn de proeven die regelmatig genomen worden met de invloed van muziek op planten, dieren en mensen (van baby tot oudere). De uitkomsten daarvan spreken voor zichzelf. Er zijn componisten die zelf een binding hadden met het vibratieveld waar elders al over is gesproken. Zij combineerden de bijzondere krachten van die velden met hun vermogen om muziek te scheppen, met als gevolg dat de aandachtige luisteraar via hun muziek ook een zekere glans van dat vibratieveld kon opvangen, zonder ingewijd te zijn in de Mysteriën. Voorbeelden zijn Johan Sebastian Bach, Wolfgang Amadeus Mozart en Erik Satie. Dit is overigens geen bewuste binding; de velden waar wij over spreken zijn van zo’n hoge trillingsgraad dat men daar met het denken niet bij komt. Het is echter de invloed van dat veld op het vermogen hetgeen dat vermogen enorm doet toenemen en verdiepen. Vandaar dat de aandachtige luisteraar van muziekstukken van componisten die hier als voorbeeld genoemd zijn méér kan horen dan alleen een ‘mooi’ muziekstuk.

3. De kracht van architectuur.

Het woord ‘architectuur’ is afkomstig uit het latijnse architectúra hetgeen ‘bouwstijl’ of ‘bouwkunde’ betekent alsook uit het griekse architektonikos: de bouwkunst betreffend. De bouwkunst is een der oudste vormen van kunst waarin de mens het kosmisch geheim kon manifesteren, zichtbaar voor de ingewijde, voelbaar voor de niet-ingewijde. Wat bedoelen wij hiermee? Als wij een prachtig bouwwerk zien dan kunnen wij daarvan genieten; stijlen, afwerkingen en prachtig opgemaakte gevels kunnen een genot zijn voor het oog. Maar in al die bouwvormen zit ook dikwijls het geheim verborgen die de architekt bij zich droeg en die hij wilde vereeuwigen in zijn bouwkunst, want deze is steeds de tolk der oude tradities. Het is ook de taak van de bouwkunst om binnen tijd en ruimte te begrenzen wat buiten tijd en ruimte is.

Al in de derde eeuw v.C poogde de griekse wijsgeer Euclides het geheim van de sectio aurea, wat wij beter kennen als de Gulden Snede, onder woorden te brengen. In de bouwkunst speelde en speelt de Gulden Snede altijd een essentiële rol. In het kort gezegd komt deze op het volgende neer: zij ontstaat als een lijn zodanig in tweeën wordt gedeeld, dat de verhouding tussen het kortste en het langste deel gelijk is aan de verhouding tussen het langste deel en het geheel. Omdat deze verhouding echter nooit exact te berekenen valt noemt men dit in de wiskunde ook wel een ‘irrationeel’ getal. Maar: deze Gulden Snede vindt men in de bouwstijlen van de pyramiden van Egypte tot in de bouwstijlen van de gotische kathedralen! In ons land was het Jacob van Campen die in de 17e eeuw het Paleis ontwierp in Amsterdam welke zuiver voldoet aan de principes van de sectio aurea. Maar deze geheimzinnige verhouding staat ook nog steeds aan de basis van vensters, deuren, papierformaten en zelfs violen. In de dertiende eeuw ontwierp de Italiaanse wiskundige Fibonacci zijn beroemde getallenreeks; het bleek dat deze reeks veelvuldig in de natuur voorkwam, net als de Gulden Snede. Het meest bekende voorbeeld zijn de zonnebloempitten in een zonnebloem die bepaalde spiralen laten zien welke overeenkomen met de reeksen van Fibonacci. Ook bij de schubben van dennenappels en ananassen komt dit voor. Wij vertellen u dit (uiteraard in zeer kort bestek – het verdient aanbeveling deze onderwerpen nader te bestuderen op internet) omdat de ingewijde in de oude Mysteriën zoveel om zich heen kan zien wat hem tot lering strekt!

In maat en verhouding ligt de essentie van eeuwenoude inwijdingen en overleveringen verborgen. ‘Ken Uzelve’ was het gnostische opschrift van de tempel van Delphi, die als een boek in steen moet worden beschouwd. Romaanse basilica en gotische kathedralen zijn de afschaduwingen van de diepe geest die de bouwers beroerde. De voorstellingen in het brandschilderwerk der loodramen en de vormen van het beeldhouwwerk die de bouwwerken verrijken, vertonen de exoterische zijde van het idee, waarvan de esoterische zin door vorm en proportie van het geheel vertolkt wordt. De oude bouwkunst is een levende kunst, die iets voor de niet-ingewijde toeschouwer geheim schijnt te houden: een verborgen epos van gewijde leerstellingen, van gnosis en religie, waaraan door de bouwsteen vorm gegeven werd.


4. De kracht van leiding geven.

Het geven van leiding is in de eerste plaats een gave en in de tweede plaats een vaardigheid die men aanleren kan. Wie echter de vaardigheid aanleert doch de gave mist komt vroeg of laat in conflict met de personen die hij geacht wordt te leiden. Wie zich openstelt voor de harmonieuze en krachtige vibratievelden teneinde deze op een verantwoorde manier aan te wenden, zal –indien hij reeds een leidinggevende positie bekleedt in de samenleving- merken dat zijn leiding met meer liefde en betrokkenheid geaccepteerd wordt. Dat komt omdat in de eerste plaats het eigen Ik van de leider onderworpen wordt aan een les in de relativiteit. Wij zullen niet betwisten, dat een hard en streng leiderschap tot effecten zou kunnen leiden zoals een willekeurige organisatie zich dat ten doel heeft gesteld. Maar dit is een profane kwaliteit die langs ons heen gaat. Wij spreken over de mens die niet op aarde is om mee te werken aan de ego-bevrediging van de ander, maar over de mens die op aarde is om door inzicht zijn eigen geestelijke bevrijding én de bevrijding van zijn medemens te bewerkstelligen. De Rozenkruiser die in stilte zo zijn heilzame werkzaamheden verricht, kan arts, bedrijfsleider, architect, huisvrouw, schilder, luchtverkeersleider, onderwijzeres, kunstenaar of wat dan ook zijn, de aanraking met en door het vibratieveld doet de kwaliteit van zijn werk alleen maar toenemen en verfijnen. In die zin zal de leidinggevende ook ervaren dat zijn inlevingsvermogen in de andere mens hem veel inzichten geeft hóe die mens (of mensen) te leiden. De andere mens ervaart dat inlevingsvermogen en voelt dat als persoonlijke betrokkenheid. Er is een meer ‘wij’ dan een ‘ik-u’ relatie ontstaan en het is dan ook niet meer dan begrijpelijk dat de kwaliteit van het werk vooruit gaat. Maar ook hier geldt in alle consequentie: het is de zielskwaliteit die uiteindelijk haar vreugde vindt in het proces, omdat de leidinggevende, net als de componist of de arts, zijn vaardigheden deed verrijken met de reine vibraties van het sublieme krachtveld.

*) Deze term werd gebruikt door de heer Max Heindel.